NCOJ | Ondersteuningsprogramma sbo-so voor scholen, samenwerkingsverbanden en besturen

Ondersteuningsprogramma samenwerking en integratie so-sbo-bao

Hier vindt u informatie over activiteiten en kennis, die in het kader van het ondersteuningsprogramma so-sbo-bao van de PO-Raad worden uitgevoerd door het NCOJ, in nauwe samenspraak met zes praktijkinitiatieven so-sbo-bao, LECSO, SBO-werkverband en het netwerk LPO.

Onderzoek naar de integratie van sbo en so bracht aan het licht dat er veel handelingsverlegenheid bestaat in het veld met betrekking tot de integratie van so, sbo en regulier basisonderwijs. Zowel bij de landelijke inventarisatie, als bij de beschrijving van vier praktijkinitiatieven bleek dat er veel behoefte bestaat aan kennisdeling, uitwisseling en ondersteuning bij de werkontwikkeling. Dit ondersteuningsprogramma voorziet daarin.

De ondersteuning is bedoeld voor samenwerkingsverbanden, schoolbesturen en sbo- en/of so-scholen die initiatieven (willen) ontplooien om passend onderwijs meer inhoud te geven door de speciale voorzieningen meer te bundelen of te integreren en meer thuisnabij aan te bieden.

Onze activiteiten

Op basis van de gesignaleerde behoeften aan juridische-, financiële-, organisatorische-, beleidsmatige-, maar vooral ook inhoudelijke- en methodische ondersteuning, worden de onderstaande vormen van ondersteuning in samenhang aangeboden.

Er is een vraagbaakfunctie ingericht voor locaties die ontwikkelingsvragen hebben over het onderwerp of kortdurende ondersteuning wensen.
U kunt uw vragen via e-mail aan ons stellen.

Op deze site is een Expertisebank ingericht waarin publicaties over landelijk en internationaal beschikbare kennis en de opbrengsten van de verschillende projectactiviteiten zijn opgenomen.

  • Twee maal per jaar een uitwisselingsbijeenkomst voor alle geïnteresseerden (de eerste was op 27 januari 2017, de tweede op 21 september 2017).
    Lees hier het verslag van 21 sep 2017
  • De ontwikkelingsgroep waarin 'voorlopers' deelnemen die actief met methodische werkontwikkeling aan de gang zijn en van elkaar willen leren, levert methodische kennis op, waar ook anderen van kunnen profiteren. Deze groep bestaat uit Prisma (Kampen), SWV Waterland, SWV BePO, SWV PPO Rotterdam, Talentencampus (Venlo), RENN 4. Deze werkontwikkelingsgroep komt vijf maal per jaar bijeen rond specifieke ontwikkelthema's. Deze groep kan versterkt worden met binnen- en buitenlandse experts.
  • Inspiratiebijeenkomsten op bezoeklocaties; praktijkvoorbeelden sbo-so stellen hun locaties op vooraf vastgestelde data open voor werkbezoeken van andere geïnteresseerden, die daarvoor vooraf kunnen intekenen. Op 14 juni 2017 organiseerde Prisma Kampen een conferentie / Open Dag.
  • Op reguliere bijeenkomsten, die al georganiseerd worden door LECSO, het SBO-werkverband, het Netwerk LPO (van leidinggevenden swv's en po) of de PO-Raad, wordt gerapporteerd over de stand van zaken en kennisontwikkeling rond het onderwerp.

Nieuws

Passend arrangeren: maatwerk door samenwerking regulier en speciaal basisonderwijs

juli 2018 - De Talentencampus Venlo biedt een breed spectrum aan onderwijs: basisonderwijs, speciaal basisonderwijs en speciaal onderwijs. Door intensief samen te werken kan maatwerk aan leerlingen worden aangeboden: een leerling die zijn stamgroep in het basisonderwijs heeft, kan voor een bepaald vak onderwijs krijgen in speciaal of speciaal basisonderwijs én omgekeerd.

Bron: leraar24.nl

Landelijke praktijkdag integratie so-sbo-bao 'Zien is geloven'

april 2018 - Op 18 april 2018 is de derde landelijke bijeenkomst georganiseerd over verdergaande samenwerking of integratie van so-sbo en regulier bao. Landelijke praktijkdag integratie so-sbo-bao 'Zien is geloven'
Circa honderdvijftig aanwezigen spraken over wat nu wel en niet mag. Het zou veel gemakkelijker moeten worden om leerlingen van verschillende onderwijstypen te kunnen mengen, als het aan directeuren, bestuurders en teamleiders ligt.
Lees een verslag van de PO-Raad

Beleidsregel van ministerie van OCW voor experimenten samenwerking regulier en speciaal onderwijs

april 2018 - Het samengaan van speciale en reguliere scholen past in een bredere ontwikkeling om tot meer maatwerk voor leerlingen te komen. Met een geïntegreerde voorziening die meerdere onderwijssoorten aanbiedt, kunnen scholen kinderen een zo thuisnabij mogelijke onderwijsplek bieden en integraal tegemoetkomen aan de ondersteuningsbehoeften van de leerlingen. Daarnaast spelen in sommige regio's ook ontwikkelingen als leerlingendaling en negatieve verevening een rol. Een goede spreiding van speciale voorzieningen en de noodzaak van een zekere omvang voor het behoud van de speciale expertise vormen ook een aanleiding voor initiatieven tot integratie.

Achtergrond

Het is wettelijk mogelijk leerlingen met een ondersteuningsvraag in te schrijven in het reguliere onderwijs en de (v)so school/ vestiging op te heffen. In de praktijk blijkt het voor ouders en leerkrachten echter een te grote overgang om leerlingen met een extra ondersteuningsbehoefte direct in te schrijven op een reguliere school. Juist omdat het gaat om kwetsbare leerlingen waarvan een deel een voortraject heeft met negatieve ervaringen op een reguliere school. Hierdoor is meer tijd nodig om vertrouwen te winnen en om de expertise op de reguliere school te borgen zodat in de ondersteuningsbehoefte van de kinderen kan worden voorzien. Daarom wordt experimenteerruimte mogelijk gemaakt waarbij reguliere scholen en scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs voor vier jaar lang leerlingen volledig mogen mengen. Gedurende deze vier jaar blijven beide scholen bestaan en zullen beide scholen bekostiging ontvangen als zijnde twee aparte scholen. Na vier jaar zullen de twee scholen verder gaan als één geïntegreerde instelling waarbij de (v)so school of -vestiging wordt opgeheven.

Bij de samenwerking tussen reguliere en speciale scholen in het voortgezet onderwijs zijn de bevoegdheden en de verschillen in cao een extra complicatie. Door deze verschillen kunnen leerkrachten van de vso school niet zomaar les gaan geven/gedetacheerd worden op een reguliere vo school, terwijl zij vaak wel veel pedagogische kwaliteiten hebben die nodig zijn om deze leerlingen een passende plek te bieden in het reguliere onderwijs. Bij een gefaseerde overgang door het mogelijk maken van het experiment, kunnen leerkrachten al wel hun expertise inzetten in het reguliere onderwijs en kunnen zij tegelijkertijd worden bijgeschoold. Bij de inzet op de reguliere vo school dient er rekening mee gehouden te worden dat het gaat om leerkrachten in opleiding.

Het doel

Met het experiment wordt meer maatwerk binnen de onderwijsondersteuning over de grenzen van onderwijssoorten heen gestimuleerd. De schotten tussen verschillende typen ondersteuning en onderwijssoorten (speciaal en regulier) verdwijnen, waardoor gerichtere ondersteuning van de leerling bij zijn/haar ontwikkeling mogelijk wordt. Door het inzetten van de kennis en expertise vanuit het speciaal onderwijs op reguliere scholen kunnen zowel leerlingen die voorheen op de speciale school stonden ingeschreven als leerlingen die al op de reguliere school zaten in hun ondersteuningsbehoeften worden voorzien en zijn er meer flexibele arrangementen mogelijk. Door het samenwerken van speciale en reguliere scholen worden reguliere scholen ook toegankelijker voor leerlingen met specifieke onderwijs- en ondersteuningsbehoeften, omdat er meer expertise op dit gebied aanwezig is op de scholen. Ook zal tussentijdse uitstroom van leerlingen van de reguliere school naar het speciaal onderwijs minder snel nodig zijn, omdat de reguliere school door zijn samenwerking met het speciaal onderwijs meer leerlingen de benodigde ondersteuning kan bieden. Door het samenvoegen van speciale en reguliere scholen kan efficiënter gebruik worden gemaakt van bestaande voorzieningen en expertise. Leerlingen met en zonder extra ondersteuningsbehoefte kunnen baat hebben bij de pedagogische kennis en expertise die voorheen alleen op de (v)so-school beschikbaar was en gezamenlijk gebruik maken van bijvoorbeeld hetzelfde gebouw en ondersteunend personeel

Inhoud van het experiment

Dit experiment maakt het mogelijk dat een (v)so-school of -vestiging en een reguliere school voor primair of voortgezet onderwijs die intensief willen gaan samenwerken, vier jaar als één school kunnen functioneren. Dat wil zeggen dat zij groepen leerlingen van deelnemende scholen onderling kunnen mengen terwijl alle deelnemende scholen nog blijven bestaan. Indien er wordt samengewerkt tussen twee hoofdvestigingen kan gedurende die vier jaar bijbehorende brinnummers behouden blijven en blijven de deelnemende scholen de daarbij behorende bekostiging ontvangen. Ook samenwerking met een nevenvestiging van een (v)so-school is mogelijk op basis van dit experiment. In dat geval wordt niet de school (met bijbehorend brinnummer) aan het einde van het experiment opgeheven maar slechts de nevenvestiging (waar geen brinnummer met bijbehorende bekostiging aan verbonden is).

Omdat het op dit moment niet altijd mogelijk is voor vso-leraren om les te geven in het reguliere vo door het verschil in bevoegdheidseisen, wordt het voor docenten van deelnemende scholen ook mogelijk om gedurende de experimenteerperiode les te geven op de reguliere vo-school, ook als zij (nog) niet voldoen aan de daar geldende bevoegdheidseisen voor het vo. De experimenteerperiode kan gebruikt worden om scholing van het personeel te realiseren zodat op het moment dat wordt besloten om na vier jaar als één geïntegreerde school verder te gaan, docenten die les gaan geven op de reguliere vo school bevoegd zijn.

Voorwaarden experiment

Het experiment samenwerking regulier en speciaal onderwijs moet voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • Het moet een samenwerking betreffen tussen de volgende onderwijssoorten: so-(s)bo of vso-vo
  • Deelnemende scholen kunnen voor aanvang van en/of gedurende de experimenteerperiode geen beoordeling als 'onvoldoende' of 'zeer zwak' van de Inspectie van het Onderwijs hebben ontvangen.
  • Deelnemende scholen werken mee aan door of namens de minister ingestelde onderzoekingen.
  • Gedurende het experiment is het bevoegd gezag van de school waar de leerlingen van beide scholen onderwijs volgen verantwoordelijk voor de kwaliteit van het onderwijs. Dit betekent dat het bevoegd gezag van de reguliere school het aanspreekpunt voor de Inspectie zal zijn.
Aanvraag deelname experiment

Een aanvraag voor deelname aan het experiment samenwerking regulier en speciaal onderwijs kan worden ingediend bij OCW, onder vermelding van 'Passend onderwijs', Postbus 16375, 2500 BJ Den Haag. Een bevoegd gezagsorgaan van een de twee deelnemende scholen die intensief met elkaar willen gaan samenwerken dient hierbij de aanvraag in.
Scholen kunnen zich tot 1 mei voor aanvang van het schooljaar waarop zij willen deelnemen aan het experiment een aanvraag indienen.
Een aanvraag moet bestaan uit de volgende onderdelen:

  • Een intentieverklaring waarin door het bevoegd gezagsorgaan/de bevoegde gezagsorganen waaronder de scholen vallen, wordt verklaard dat de scholen toewerken naar een geïntegreerde voorziening. Concreet betekent dit zij toewerken naar opheffing van de (v)so-school of -vestiging na het experiment en er een reguliere school met een specifiek profiel ontstaat. Wanneer de samenwerking niet wordt voortgezet, zullen deelnemende scholen conform de oude staat worden hersteld.
  • De intentieverklaring gaat gepaard met een plan van aanpak. Dit plan van aanpak gaat in op de inrichting van het experiment: visie, doelen, huisvesting, de wijze waarop de deelnemende scholen verwachten deze te gaan behalen en de planning. Het bevat tevens een voorstel voor het onderwijs- en ondersteuningsaanbod van de reguliere school met het specifieke profiel. Dit houdt concreet in dat de reguliere school ook in staat is extra ondersteuning te bieden aan leerlingen zoals die wordt geboden op de speciaal onderwijsschool waarmee zij intensief gaat samenwerken. Wanneer de scholen na afloop van het experiment besluiten om definitief als één geïntegreerde school verder te gaan, zullen er afspraken over de overdracht van leerlingen en personeel, de borging van expertise, de inventaris en het schoolgebouw moeten plaatsvinden. In het plan van aanpak dient te worden aangegeven hoe de deelnemende scholen tot deze afspraken verwachten te komen. Verder dient in het plan van aanpak aangegeven te worden hoe men het beschikbare geld van de twee aparte scholen inzet (begroting). Tot slot moet ook in het plan van aanpak aangegeven worden op welke manier wordt geëvalueerd gedurende het experiment. Hierbij hoort ook een uiterlijke rapportering op 1 mei van het laatste jaar van het experiment naar de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over de stand van zaken en over hoe het vervolg van de samenwerking tussen de scholen eruit gaat zien. Een eventueel verzoek tot verlenging kan ook op dit moment ingediend worden.
  • Het bestuur stemt in met het experiment. Indien twee besturen betrokken zijn, is van beide besturen instemming nodig. Bij de aanvraag moet een bewijs van instemming door het bestuur/de besturen worden gevoegd.
  • Het samenwerkingsverband stemt in met het experiment. Indien de scholen in twee samenwerkingsverbanden liggen is van beide samenwerkingsverbanden instemming nodig. Bij de aanvraag moet een bewijs van instemming door het samenwerkingsverband/de samenwerkingsverbanden worden gevoegd.
  • De medezeggenschapsraden van deelnemende scholen stemmen in met het experiment. Een bewijs van instemming moet bij de aanvraag worden gevoegd. Instemming van de ondersteuningsplanra(a)d(en) van het samenwerkingsverband(en) is geen eis. De OPR kan desgewenst om advies worden gevraagd.
  • De gemeente(n) van de deelnemende (vestigingen van) scholen stemt(/en) in met het in met het experiment in verband met hun verantwoordelijkheid voor leerlingenvervoer en onderwijshuisvesting. Bij de aanvraag moet een bewijs van instemming door de gemeente/gemeenten worden gevoegd. Ook is het van belang dat de leerplichtambtenaren van de gemeenten waar de leerlingen wonen op de hoogte zijn dat de leerlingen weliswaar nog ingeschreven blijven staan op de (v)so-school maar daar geen onderwijs volgen.
Toekenning van het experiment

In totaal zullen er in het eerste jaar minimaal twee initiatieven moeten deelnemen aan het experiment. In beide schooljaren waarin gestart kan worden met het experiment kunnen maximaal 10 initiatieven deelnemen. Indien zich meer instellingen aanmelden dan mogelijk gezien de uitvoerbaarheid van het experiment, kan selectie plaatsvinden op basis van de hieronder genoemde criteria. De minister neemt gelijktijdig een besluit over de ingediende aanvragen. Dit zal binnen 8 weken na de uiterlijke datum waarop de aanvragen kunnen worden ingediend (1 mei) plaatsvinden. De minister zal bij de selectie rekening houden met de volgorde van indienen en de variëteit van de deelnemende initiatieven (primair of voortgezet onderwijs en de verschillende onderwijssoorten).

Informatie van OCW bij beleidsregel experimenten samenwerking, april 2018
Beleidsregel experiment samenwerking regulier en speciaal_onderwijs


Bron: Ministerie van OCW

Experiment samenwerking regulier en speciaal onderwijs

december 2017 - Het ministerie van Onderwijs heeft een experiment aangekondigd waarin regulier en speciaal onderwijs samenwerken. Het experiment regelt dat een vso-school/vestiging en een reguliere school voor voortgezet onderwijs (vo) of een so-school/vestiging en een school voor (speciaal) basisonderwijs ((s)bo) die geïntegreerd onderwijs willen vormgeven, vier jaar als één school kunnen functioneren. Dat wil zeggen dat zij groepen leerlingen van deelnemende scholen onderling kunnen mengen terwijl alle deelnemende scholen nog blijven bestaan. Na vier jaar gaan de scholen verder als één geïntegreerde school waarbij de (v)so-school wordt opgeheven.

Eind januari/begin februari 2018 wordt de beleidsregel voor het experiment samenwerking regulier en speciaal onderwijs gepubliceerd. Op 5 februari 2018 is er een voorlichtingsbijeenkomst gepland waar ook de Inspectie van het Onderwijs bij aanwezig zal zijn. Scholen kunnen in het schooljaar 2018-2019 en in het schooljaar 2019-2020 deelnemen aan het experiment.

Achtergrond

Het samengaan van speciale en reguliere scholen past in een bredere ontwikkeling om tot meer maatwerk voor leerlingen te komen. Met een geïntegreerde voorziening kunnen scholen kinderen een zo thuisnabij mogelijke onderwijsplek bieden en integraal tegemoetkomen aan de ondersteuningsbehoeften van de leerlingen. Daarnaast spelen in sommige regio's ook ontwikkelingen als leerlingendaling en negatieve verevening een rol. Een goede spreiding van speciale voorzieningen en de noodzaak van een zekere omvang voor het behoud van de speciale expertise vormen ook een aanleiding voor initiatieven tot integratie.

Het is wettelijk mogelijk leerlingen met een ondersteuningsvraag in te schrijven in het regulier onderwijs en de (voortgezet) speciaal onderwijs ((v)so)-school/vestiging op te heffen. In de praktijk blijkt het voor ouders en leerkrachten echter een te grote overgang om leerlingen met een extra ondersteuningsbehoefte direct in te schrijven op een reguliere school. Juist omdat het gaat om kwetsbare leerlingen waarvan een deel een voortraject heeft met negatieve ervaringen op een reguliere school. Hierdoor is meer tijd nodig om vertrouwen te winnen en om de expertise op de reguliere school te borgen zodat in de ondersteuningsbehoefte van de kinderen kan worden voorzien. Daarom wordt experimenteerruimte geboden waarmee reguliere scholen en (v)so-scholen voor vier jaar lang leerlingen volledig mogen mengen voordat zij de (v)so-school opheffen en verder gaan als één geïntegreerde school.

Eind januari/begin februari 2018 wordt de beleidsregel voor het experiment samenwerking regulier en speciaal onderwijs gepubliceerd. U kunt in het schooljaar 2018-2019 en in het schooljaar 2019-2020 deelnemen aan het experiment.

Inhoud experiment

Het experiment samenwerking regulier en speciaal onderwijs regelt dat een vso school/vestiging en een reguliere school voor voortgezet onderwijs (vo) of een so-school/vestiging en een school voor (speciaal) basisonderwijs ((s)bo) die geïntegreerd onderwijs willen vormgeven, vier jaar als één school kunnen functioneren. Dat wil zeggen dat zij groepen leerlingen van deelnemende scholen onderling kunnen mengen terwijl alle deelnemende scholen nog blijven bestaan. Na vier jaar gaan de scholen verder als één geïntegreerde school waarbij de (v)so-school wordt opgeheven.

Omdat het op dit moment niet altijd mogelijk is voor vso-leraren om les te geven in het reguliere vo door het verschil in bevoegdheidseisen, wordt het voor docenten van scholen die deelnemen aan het experiment ook mogelijk om gedurende de experimenteerperiode les te geven op de reguliere vo-school, ook als zij (nog) niet voldoen aan de daar geldende bevoegdheidseisen voor het vo. De experimenteerperiode kan gebruikt worden om scholing van het personeel te realiseren zodat op het moment dat wordt besloten om na vier jaar als één geïntegreerde school verder te gaan, docenten die les gaan geven op de reguliere vo-school bevoegd zijn.

Voorwaarde experiment

Het experiment samenwerking regulier en speciaal onderwijs moet voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • Het moet een samenwerking betreffen tussen de volgende onderwijssoorten: so-(s)bo of vso-vo.
  • Deelnemende scholen mogen voor aanvang van en/of gedurende de experimenteerperiode geen beoordeling als 'zwak' of 'zeer zwak' van de Inspectie van het Onderwijs hebben ontvangen.
  • Deelnemende scholen werken mee aan door of namens de minister ingestelde onderzoekingen.
  • Gedurende het experiment is het bevoegd gezag van de school waar de leerlingen van beide scholen onderwijs volgen verantwoordelijk voor de kwaliteit van het onderwijs. Dit betekent dat het bevoegd gezag van de reguliere school hiervoor het aanspreekpunt voor de Inspectie zal zijn.
Voorlichtingsbijeenkomst

Op 5 februari 2018 is er een voorlichtingsbijeenkomst gepland waar ook de inspectie bij aanwezig zal zijn. Om te kunnen bezien of deze bijeenkomst begin februari noodzakelijk is, willen wij u vragen zich voor 19 januari aan te melden via implementatiepassendonderwijs@minocw.nl. De bijeenkomst is enkel bedoeld voor mensen die voornemens zijn om voor 1 mei 2018 een volledige aanvraag voor deelname aan het experiment in te dienen zodat zij komend schooljaar kunnen starten met het experiment.

Toelichting beleidsmaatregel experiment samenwerking regulier en speciaal_onderwijs
Beleidsregel experiment samenwerking regulier en speciaal onderwijs

Bron: Ministerie van OCW

Plaatsen van leerlingen in een geïntegreerde setting

november 2017 - De ontschotting of integratie van so, sbo en bao staat volop in de belangstelling. De vorm en inhoud van die samenwerking verschilt sterk. Maar een aantal vragen komt vrijwel overal op die we in een aantal korte notities behandelen. Het eerste thema in de reeks 'Integratie so-sbo-bao in ontwikkeling' geeft antwoord op de volgende vragen: voor welke leerlingen is een geïntegreerde voorziening van so-sbo-bao een passende plek; op basis waarvan stel je vast wat elke leerling nodig heeft en wat er dan geboden kan worden en waar; en op basis waarvan groepeer je de leerlingen?
Lees verder »

Achtergrond

Het samengaan van speciale en reguliere scholen past in een bredere ontwikkeling om tot meer maatwerk voor leerlingen te komen. Met een geïntegreerde voorziening kunnen scholen kinderen een zo thuisnabij mogelijke onderwijsplek bieden en integraal tegemoetkomen aan de ondersteuningsbehoeften van de leerlingen. Daarnaast spelen in sommige regio's ook ontwikkelingen als leerlingendaling en negatieve verevening een rol. Een goede spreiding van speciale voorzieningen en de noodzaak van een zekere omvang voor het behoud van de speciale expertise vormen ook een aanleiding voor initiatieven tot integratie.

Het is wettelijk mogelijk leerlingen met een ondersteuningsvraag in te schrijven in het regulier onderwijs en de (voortgezet) speciaal onderwijs ((v)so)-school/vestiging op te heffen. In de praktijk blijkt het voor ouders en leerkrachten echter een te grote overgang om leerlingen met een extra ondersteuningsbehoefte direct in te schrijven op een reguliere school. Juist omdat het gaat om kwetsbare leerlingen waarvan een deel een voortraject heeft met negatieve ervaringen op een reguliere school. Hierdoor is meer tijd nodig om vertrouwen te winnen en om de expertise op de reguliere school te borgen zodat in de ondersteuningsbehoefte van de kinderen kan worden voorzien. Daarom wordt experimenteerruimte geboden waarmee reguliere scholen en (v)so-scholen voor vier jaar lang leerlingen volledig mogen mengen voordat zij de (v)so-school opheffen en verder gaan als één geïntegreerde school.

Eind januari/begin februari 2018 wordt de beleidsregel voor het experiment samenwerking regulier en speciaal onderwijs gepubliceerd. U kunt in het schooljaar 2018-2019 en in het schooljaar 2019-2020 deelnemen aan het experiment.

Inhoud experiment

Het experiment samenwerking regulier en speciaal onderwijs regelt dat een vso school/vestiging en een reguliere school voor voortgezet onderwijs (vo) of een so-school/vestiging en een school voor (speciaal) basisonderwijs ((s)bo) die geïntegreerd onderwijs willen vormgeven, vier jaar als één school kunnen functioneren. Dat wil zeggen dat zij groepen leerlingen van deelnemende scholen onderling kunnen mengen terwijl alle deelnemende scholen nog blijven bestaan. Na vier jaar gaan de scholen verder als één geïntegreerde school waarbij de (v)so-school wordt opgeheven.

Omdat het op dit moment niet altijd mogelijk is voor vso-leraren om les te geven in het reguliere vo door het verschil in bevoegdheidseisen, wordt het voor docenten van scholen die deelnemen aan het experiment ook mogelijk om gedurende de experimenteerperiode les te geven op de reguliere vo-school, ook als zij (nog) niet voldoen aan de daar geldende bevoegdheidseisen voor het vo. De experimenteerperiode kan gebruikt worden om scholing van het personeel te realiseren zodat op het moment dat wordt besloten om na vier jaar als één geïntegreerde school verder te gaan, docenten die les gaan geven op de reguliere vo-school bevoegd zijn.

Voorwaarde experiment

Het experiment samenwerking regulier en speciaal onderwijs moet voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • Het moet een samenwerking betreffen tussen de volgende onderwijssoorten: so-(s)bo of vso-vo.
  • Deelnemende scholen mogen voor aanvang van en/of gedurende de experimenteerperiode geen beoordeling als 'zwak' of 'zeer zwak' van de Inspectie van het Onderwijs hebben ontvangen.
  • Deelnemende scholen werken mee aan door of namens de minister ingestelde onderzoekingen.
  • Gedurende het experiment is het bevoegd gezag van de school waar de leerlingen van beide scholen onderwijs volgen verantwoordelijk voor de kwaliteit van het onderwijs. Dit betekent dat het bevoegd gezag van de reguliere school hiervoor het aanspreekpunt voor de Inspectie zal zijn.
Voorlichtingsbijeenkomst

Op 5 februari 2018 is er een voorlichtingsbijeenkomst gepland waar ook de inspectie bij aanwezig zal zijn. Om te kunnen bezien of deze bijeenkomst begin februari noodzakelijk is, willen wij u vragen zich voor 19 januari aan te melden via implementatiepassendonderwijs@minocw.nl. De bijeenkomst is enkel bedoeld voor mensen die voornemens zijn om voor 1 mei 2018 een volledige aanvraag voor deelname aan het experiment in te dienen zodat zij komend schooljaar kunnen starten met het experiment.

Toelichting beleidsmaatregel experiment samenwerking regulier en speciaal_onderwijs
Beleidsregel experiment samenwerking regulier en speciaal onderwijs

Bron: Ministerie van OCW

Tweedaagse voor samenwerkingsverbanden passend onderwijs

oktober 2017 - De Tweedaagse voor samenwerkingsverbanden passend onderwijs in Lunteren op 5 en 6 oktober had als motto: 'Samen leren leven'. Bij zo'n titel kon aandacht voor de steeds verder gaande integratie van so en sbo en regulier bao niet ontbreken. Dolf van Veen en Marij Bosdriesz hebben daarom twee goedbezochte workshops gegeven over de landelijke ontwikkelingen op dit gebied. In de zaal bleken tal van vragen te leven, maar ook heel veel plannen, initiatieven en praktijken op dit vlak.
Naar meer samenwerking en integratie tussen so-sbo-bao

Landelijke uitwisselingsdag integratie so-sbo-bao

september 2017 - Op donderdag 21 september 2017 werd de tweede Landelijke uitwisselingsdag integratie so-sbo-bao gehouden. De opkomst was (net als in januari 2017) weer heel groot. Het programma was vooral gericht op leren van elkaar door veel onderlinge uitwisseling en interactie. En dat gebeurde dan ook volop.
Lees het verslag »

Agenda

Op dit moment zijn er geen activiteiten gepland.

Vraag of advies?

Heeft u een (dringende) vraag of behoefte aan samenspraak/advies over samenwerking en integratie van so-sbo-bao dan kunt u ons e-mailen.

Wie voeren de ondersteuning uit?

De ondersteuning wordt geboden vanuit een groep leidinggevenden van praktijkvoorbeelden uit de ontwikkelgroep en andere experts op het gebied van so-sbo-bao, zoals Kees Kuijs, Marij Bosdriesz en Dolf van Veen. Ook brengen Harry Velderman, Aleid Schipper en Harry Nijkamp op specifieke thema's hun expertise in en kan gebruik worden gemaakt van andere binnen- en buitenlandse deskundigen. Zij zijn beschikbaar om vragen uit het veld te beantwoorden of mee te denken over aanpakken of oplossingen. Dit omvat expliciet geen intensieve ondersteuning op locatie.

Ondersteuningsprogramma samenwerking en integratie sbo-so

Andere vragen over passend onderwijs en samenwerkingsverbanden po?

Voor overige vragen over passend onderwijs en samenwerkingsverbanden po kunt u terecht bij de PO-Raad. Via de nieuwsbrief en de PO-Raad wordt u hierover verder geïnformeerd.