Kind in de klas met psychische problemen

Leerkrachten hebben te maken met allerlei verschillende leerlingen. Verschillend in afkomst, cognitieve vermogens en emotionele kwaliteiten. De kinderen zijn vaak afkomstig uit diverse culturen, komen uit verschillende gezinnen en hebben uiteenlopende sterkere en zwakkere kanten. Gemiddeld zit er in elke klas een kind met een psychisch probleem. Net als alle kinderen verdienen ook zij het voor hen best mogelijke onderwijs. En dat is soms een hele opgave. Met de kennis op deze pagina's kunt u die kinderen ondersteunen, zodat zij een leerzame en aangename schooltijd hebben.

Op deze pagina’s vindt u kennis over:

ADHD angst autisme depressie gedragsstoornissen (ODD/CD) trauma

Alle kennis is speciaal gericht op leerkrachten in het basisonderwijs en van belang bij het omgaan met psychische problematiek in de klas. Zolang er over een bepaalde stoornis nog geen op leerkrachten gerichte kennis beschikbaar is, kunt u terecht op de website van het Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie over ouders & jongeren.

Executieve functies

Veel stoornissen gaan samen met zwak ontwikkelde executieve functies. Dit zijn de regel- en aansturingsfuncties van de hersenen; een leerling heeft ze nodig in het dagelijks leven en in het bijzonder bij het leren op school. Het gaat om denkprocessen die nodig zijn voor het reguleren van gedrag, gedachten en emoties.

In de literatuur zijn diverse opsommingen te vinden, variërend van drie tot elf functies of meer. Wij gebruiken hier een indeling in zeven executieve functies:

  • Inhibitie helpt je je impulsen van binnenuit en prikkels van buitenaf te remmen, waardoor je eerst kunt nadenken, voordat je doet.
  • Werkgeheugen helpt je om informatie in je geheugen vast te houden en waar nodig te bewerken.
  • Planning en organisatie helpen je om een plan te maken en daadwerkelijk uit te voeren.
  • Taakinitiatie zorgt ervoor dat je op tijd en effectief aan een taak begint.
  • Emotieregulatie helpt je om op een goede manier met je emoties om te gaan, zodat je doelen kunt realiseren, taken kunt voltooien of gedrag kunt controleren en sturen.
  • Flexibiliteit helpt je om soepel om te gaan met veranderingen, te schakelen tussen activiteiten en waar nodig je gedrag en gedachten aan te passen aan de nieuwe omstandigheden.
  • Metacognitie en zelfmonitoring helpen je om een stapje terug te doen in de situatie om het proces te evalueren en er lering uit te trekken voor een volgende keer.

(Bron: Wijzer in executieve functies)

Terug naar top van deze pagina