In samenwerking met Stichting Kinderpostzegels Nederland

Stichting Kinderpostzegels Nederland

Alliantie Onderwijs en Jeugdzorg

Alliantie Onderwijs en Jeugdzorg

In het overleg met een aantal hogescholen en daarbinnen de lerarenopleidingen, met de opleidingen speciaal onderwijs, met diverse onderzoekers, kennisinstellingen en de landelijke pedagogische centra, en met de organisatie van onderwijsbeleidingsdiensten is op initiatief van het Landelijke Platform Onderwijs en Jeugdzorg besloten tot het in het leven roepen van een Alliantie Onderwijs en Jeugdzorg.

De Alliantie ondersteunt het onderwijs in het omgaan met gedragsproblemen. De Alliantie is een open en resultaatgerichte beweging van actoren die betrokken zijn bij de praktijkverbetering van het onderwijs.

De Alliantie Onderwijs en Jeugdzorg wil vaart maken met het versterken van de leerlingenzorg in het regulier en speciaal onderwijs, waaronder ook voor leerlingen die thuiszitten, dreigen uit te vallen of moeilijk plaatsbaar zijn.
Die vaart wil ze maken allereerst en vooral in het belang van de leerlingen, maar zeker ook in het belang van leraren en de samenleving als geheel.

Versterking van de vaardigheid van leraren en de selectie van effectieve methoden is zeker ook in het belang van leraren en dus ook gericht op het versterken van de kwaliteit van het onderwijs.

Het open karakter van de Alliantie staat voor de permanente uitnodiging aan alle direct betrokkenen (personen, organisaties en instellingen) om zich bij de Alliantie aan te sluiten en daarmee de daadkracht te vergroten.

Doelstellingen

De deelnemende partijen, verenigd in de Alliantie Onderwijs en Jeugdzorg, stellen zich ten doel:

  • De kennisbasis op het terrein van aandacht inzichtelijk te maken voor het onderwijs, nieuwe inzichten onder de aandacht te brengen en de lerarenopleidingen en het (regulier en speciaal) onderwijs behulpzaam te zijn bij de selectie van aanpakken, programma's en professionaliseringsactiviteiten op dit terrein en de samenwerking met ouders en leerlingen (dus: overzicht, inzicht, positieve voorbeelden/aanpakken en energie!)

  • Het ontwerp van een kadercurriculum (generiek) voor de initiële lerarenopleidingen (basiscompetenties van leraren) op het terrein van passend onderwijs en de preventie en aanpak van gedragsproblemen in het bijzonder, met bijpassend voorbeeldmateriaal en handreikingen.

  • Het ontwerp van een concreet en goed aanbod van na- en bijscholing dat laagdrempelig voor vele leraren, intern begeleiders/zorgco√∂rdinatoren, schoolteams en schoolleiders beschikbaar is; hierbij wordt ook gedacht aan post-hbo onderwijs.

  • Het benutten van de maatschappelijke inzet/taak en expertise van instellingen en sectoren op het gebied van welzijn, hulpverlening, gezondheidszorg en veiligheid bij het ontwerp en de uitvoering van beoogde professionaliseringsactiviteiten.

  • Het beschikbaar stellen van overzichten en updates van programma's en professionaliseringsmogelijkheden op genoemd terrein, waaronder in het bijzonder preventieve programma's op het terrein van leerlingenzorg en jeugdzorg, samenwerkingsprogramma's (preventie en vroegtijdige interventie, zorg/onderwijsprogramma's) en professionaliseringsstrategieën (aanpak en management).

  • Het periodiek verzorgen van een landelijke conferentie/professionaliseringsmarkt op dit gebied waarbij de Alliantie optreedt als marktmeester.

  • Het ondersteunen van het implementatietraject Passend Onderwijs en het programma Zorg voor Jeugd op het werkterrein van de Alliantie.

"De leraar 2.0 is een generalist die zich bewust is van zijn sterke en zwakke kanten", meent Paul Bemelen, directeur primair onderwijs van de KPC-groep. De landelijke pedagogische centra hebben zich bij de Alliantie Onderwijs en Jeugdzorg aangesloten, omdat ze ook het grote belang zien van een gerichte ondersteuning van de onderwijspraktijk bij de implementatie van passend onderwijs.
De leraar is weliswaar een generalist, maar hij hoeft natuurlijk niet alles te weten en te kunnen. "Waar nodig ondersteunen bovenschoolse specialisten, zoals taalspecialist, rekenspecialist, specialist ‘jonge kind’, gedragsspecialist, ICT-specialist etc., de leraar. Maar er is, aldus Bemelen, genoeg ruimte en uitdaging voor leraren om zich ook verder te specialiseren. Iedere leraar 2.0. wil blijven leren en is steeds aan het kijken hoe hij of zij nog beter kan worden in het vak. Dat kan met een masteropleiding, maar dat kan ook door onderzoek te doen op de eigen school of door een ‘leren op de werkplek’ vorm als co-teaching. Kern is dat leraren leren, hun leven lang."

Het gehele onderwijsveld

De verzorgingsinstellingen vervullen een belangrijke rol als het gaat om de scholing van leraren. Van oudsher is het de educatieve infrastructuur die het gehele onderwijsveld, nationaal en internationaal, overziet en niet alleen wat de advisering betreft, maar ook als het gaat om onderzoek, opleidingen en ontwikkeling. "Wij houden ons niet alleen bezig met Special Needs en passend onderwijs, maar ook met taalonderwijs, rekenonderwijs, bestuurlijke vraagstukken zoals krimp, opbrengstgericht werken. Wij overzien het gehele onderwijsveld, nationaal en internationaal, niet alleen m.b.t. advisering, maar ook m.b.t. onderzoek, opleidingen en ontwikkeling. Daarbij werken we in de klas met de leraar, maar ook met directies, besturen en overheden. We werken in de klas met de leraar, maar ook met directies, besturen en overheden. Daardoor kunnen wij bij vragen snel overzien wat er ‘speelt’ en de juiste vragen stellen om een passend antwoord te vinden", stelt Bemelen.

"Leraren zijn weliswaar generalisten", aldus Annemarie Kaptein (directeur EDventure), "maar zullen in de praktijk evenzeer zo nu en dan bijzondere expertise nodig hebben om leerlingen met bijzondere zorgvragen adequaat te kunnen helpen.
Ook de ondersteuningsinstellingen en onderwijsadviesbureaus voor een belangrijk deel samenwerkend in EDventure nemen deel aan de Alliantie Onderwijs en Jeugdzorg. Vroeger hadden deze instellingen een sterke binding in een eigen regio, maar op dit moment werken ze net als de landelijke pedagogische centra op scholen door het hele land. Bij de invoering van passend onderwijs kan dan de daar inmiddels opgebouwde expertise niet worden gemist. Het is ook voor de verzorgingsinstellingen duidelijk dat de ondersteuning van leraren en teams een hoge prioriteit moet krijgen.

"Onze specialisten, die dagelijks in de scholen komen, merken dat het vooral gaat om functionele vormen van ondersteuning van de praktijk. Maar het zal duidelijk zijn, dat we het in de allereerste plaats van groot belang vinden, dat leraren worden uitgedaagd om vooral zelf beter te worden. Wij zijn dan ook voorstander van een lerarenregister. Het systematisch onderhouden van de bekwaamheid en het uniform vastleggen in een register stimuleert en voorkomt ad hoc gedrag.
Professionalisering gaat over kennis en kunde. Wij gaan er van uit dat we bij de ontwikkeling van dit register en de criteria voor certificering van opleidingen worden betrokken. Het zou een groot gemis zijn als praktijkgerichte trainingen niet mee tellen om de bevoegdheid te behouden."

Het is van groot belang om te bezien of aanstaande leraren een voldoende basis aangereikt krijgen om echt startbekwaam aan passend onderwijs te kunnen beginnen. Ans Buys, voorzitter van het Algemeen Directeurenoverleg Educatieve Faculteiten (ADEF) benadrukte tijdens een conferentie voor lerarenopleiders de grote urgentie van passend opleiden, ook voor het voortgezet onderwijs.

Ook voor de lerarenopleidingen voor het voortgezet onderwijs is de urgentie groot om toekomstige leraren beter voor te bereiden op het omgaan met verschillen tussen leerlingen en de omgang met gedragsproblemen. Ans Buys wees er in de conferentie over passend onderwijs ook op, dat de generieke kennisbasis , die samen met de andere kennisbases in september is vastgesteld, nog maar eens heel nauwkeurig tegen het licht gehouden moet worden. Het is van groot belang om te bezien of aanstaande leraren een voldoende basis aangereikt krijgen om echt startbekwaam aan passend onderwijs te kunnen beginnen.

Lerarenopleidingen zullen dus in algemene zin toekomstige leraren een brede en algemene kennis en vaardigheid moeten aanreiken, om goed om te kunnen gaan met de verschillen tussen leerlingen en gedragsproblemen. Dat vraagt om een brede bevoegdheid met daarbinnen een helder profiel. 'Een bevoegdheid die voortdurend wordt aangescherpt door (verplichte) geaccrediteerde nascholingstrajecten (en met opname in een lerarenregister, wet BIO)', vermeldt het jaarprogramma van de ADEF. Daarnaast is het noodzakelijk dat op de onderwijsinstellingen docenten aanwezig zijn die specifieke educatieve taken of competenties in huis hebben. Niet alleen om de voorkomende uitdagingen op te pakken, maar ook om (junior)collega's te coachen en te ondersteunen, mede om de handelingsverlegenheid van het individu, als team op te kunnen vangen.

Alle leerkrachten moeten meer specialistisch gaan werken. Daarom is de hoge, gezamenlijke ambitie in het onderwijs, dat leerkrachten — na enkele jaren ervaring te hebben opgedaan na hun initiële opleiding — het Masterniveau behalen, zo belangrijk. Het zijn de woorden van Margreet Verbunt, die namens het Werkverband voor Opleidingen Speciale Onderwijszorg (WOSO) met drie opleidingsinstellingen het woord voert.

"Tijdens een opleiding Master Special Educational Needs neemt de leerkracht substantieel tijd om naar het eigen handelen te kijken. Maar het biedt ook de tijd en de gelegenheid om nieuwe kennis op te doen en nieuwe inzichten te verwerven. Wij merken", aldus Margreet Verbunt, "dat studenten na een opleiding heel anders redeneren als er een kind met problemen in hun klas zit. Het draait dan niet meer om de vraag waar ze deze leerling ergens kwijt kunnen in een vorm van speciaal onderwijs. Je ziet dat leraren veel meer bezig zijn met de vraag hoe kan ik deze leerling in mijn klas dat aanbod geven waar het om vraagt?"

Als een startbekwame leerkracht op een school start, dan kun je niet verwachten dat deze al meteen om kan gaan met alle verschillen, en weet heeft van alle ins en outs op een school. Een goede begeleiding vanuit de school kan een dergelijke ‘junior’ helpen bij de eerste jaren onderwijservaring. De leerkracht wordt dan gecoacht, en afhankelijk van de mate waarin deze thuis raakt op school, kan er scholing worden gevolgd. Uiteraard zijn er altijd talenten die geboren zijn met onderwijsbloed. Misschien kan daar de coach nog wel wat van leren. Een goed aanspreekpunt in de eerste jaren is daarom sowieso goed op een school. Zoals gezegd zou het daarna een mooie ambitie kunnen zijn dat de leerkracht zich gaat voorbereiden op het masterniveau. Dat zou dan in feite de afronding zijn van de basisopleiding. De leerkracht wordt senior.

"Als in een groep verschillen tussen kinderen erg groot zijn en hun gedrag soms moeilijk te hanteren is, vraagt het heel veel van de handelingsbekwaamheid van leraren." Prof. drs. Dolf van Veen is van mening dat je zittende en aankomende leraren zo snel en zo gericht mogelijk moet helpen om hun onderwijsaanbod voor alle leerlingen beter te maken, specifieker.

Alhoewel er veel kennis op het terrein van Special Educational Needs is verzameld en ontwikkeld en er een breed arsenaal van leermiddelen en methodieken bestaat, zijn deze in geringe mate voor veel leraren onder handbereik. Om op het terrein van leerlingen met speciale onderwijsbehoeften vaart te maken, is er sprake van een opmerkelijk initiatief van een aantal belangrijke instellingen op het terrein van opleiding, scholing en onderwijsondersteuning.
Prof. drs. Dolf van Veen is een van de initiatiefnemers van de Alliantie Onderwijs en Jeugdzorg.

"Het is op zich opmerkelijk te noemen dat er op thema's als speciale onderwijszorg, passend onderwijs en gedragsproblemen van leerlingen zo weinig wordt samengewerkt tussen de verschillende initiële lerarenopleidingen (pabo, tweedegraads en eerstegraads), de opleiding master SEN en landelijke kernpartijen op het gebied van curriculum-ontwikkeling, onderwijsbegeleiding en deskundigheidsbevordering. Zeker, er is veel expertise binnen de masteropleidingen SEN en ook bij sommige opleidingen van hogescholen en universiteiten, maar de lerarenopleidingen en vooral de initiële lerarenopleidingen kunnen hun leerplan op dit gebied nog sterk verbeteren."

Volgens Van Veen is dit een belangrijk motief om de Alliantie op te richten. "Aankomende professionals in het onderwijs en dus de leerplannen van de lerarenopleidingen worden vaak vergeten bij onderwijsvernieuwingen. Daar willen we verandering in brengen en de opleidingen zeg maar ‘passend onderwijs-proof’ maken, beter toe te rusten om studenten te leren omgaan met verschillen en talenten van leerlingen en van kinderen die speciale onderwijsbehoeften en gedragsproblemen hebben in het bijzonder. De opleidingen die in de Alliantie samenwerken kunnen veel van elkaar leren en ook van ervaring en programmasuggesties van de andere partners in de Alliantie. Het bijdragen aan de kwaliteitsverbetering van de initiële leraren-opleidingen is dan ook een belangrijk gezamenlijk richtpunt."

De partijen die zich verenigd hebben in de Alliantie Onderwijs en Jeugdzorg zijn het er over eens dat het een van de eerste taken van de Alliantie moet zijn om te onderzoeken welke bouwstenen voor het curriculum zeer gewenst zijn.

Om juist op dit onderwerp enige vaart te maken, zal een werkgroep worden samengesteld om een begin te maken met het onderzoek naar de gewenste bouwstenen die opleidingen in het curriculum zouden kunnen opnemen. Berthold van Leeuwen, sectormanager Primair Onderwijs van de Stichting Leerplan Ontwikkeling (SLO), zit in de stuurgroep van deze actielijn van de Alliantie. De kern van die expertise betreft het ontwikkelen van doelen en inhouden van leren, voor vele niveaus, van landelijk beleid tot onderwijspraktijk.

De werkgroep van de Alliantie Onderwijs en Jeugdzorg probeert op niet al te lange termijn te komen met suggesties en bouwstenen voor leerplannen die door de opleidingen voor het primair en voortgezet onderwijs kunnen worden gebruikt. Maar de werkgroep stelt zich voor dat de bouwstenen die worden aangereikt evenzeer van belang zijn voor het totale continuüm aan opleidings- en scholingsaanbod. Dat betekent, dat de werkgroep ook bouwstenen wil aanreiken voor verdieping en verbreding in vormen van na- en bijscholing maar evenzeer voor verdieping in de masteropleidingen.

"De kwalitatief goede leraar is in staat — analoog aan een huisarts — de eerstelijnszorg goed uit te voeren. Hij is, met andere woorden, in staat te signaleren of de ontwikkeling van het kind optimaal verloopt, is zich bewust dat deze ontwikkeling varieert tussen kinderen en beheerst een palet aan interventies", aldus Dominique Hoozemans, voorzitter van het LOBO (Landelijk Overleg Lerarenopleidingen Basisonderwijs).

"Opleidingen moeten aan de slag met het ontwikkelen van een studeerbaar curriculum", meent Dominique Hoozemans. "Wat er nu ligt, is omvangrijk. Zelfs overladen. Van oudsher verschillen de vakken in basisschool en pabo naar de omvang die ze binnen het curriculum hebben. Omdat het er uiteindelijk om gaat dat de leraar startbekwaamheid verwerft — en niet alleen de studiepunten behaalt — is de vraag hoeveel tijd aan een specifiek vak of vakonderdeel besteed moet worden niet meegegeven als ontwerpeis. De ontwikkeling van goed onderwijs is immers iets anders dan boekhouden."

"De ‘kwalitatief goede leraar’", aldus Hoozemans, "is in staat — analoog aan een huisarts — de eerstelijn zorg goed uit te voeren. Hij is met andere woorden in staat te signaleren of de ontwikkeling van het kind optimaal verloopt, is zich bewust dat deze ontwikkeling varieert tussen kinderen en beheerst een palet aan interventies. Dat is iets anders dan — met de medische terminologie paraat — op kinderen etiketten plakken en de bandbreedte van die diversiteit zo smal mogelijk te houden."

"Wat aan kennisbases door vakleraren is opgeschreven voor de nieuwe opleiding is te veel. Dat past niet in een 4-jarige opleiding. De Commissie gaat voorstellen de kennisbases te splitsen", legt Rob Diephuis uit, ambtelijk secretaris van de Commissie kennisbasis pabo.

"Het kerngedeelte is dan het deel van de kennisbasis die elke student eigenlijk moeten kennen en kunnen. Daarnaast kunnen studenten zich profileren op een of meerdere vakken.
De HBO-raad hanteert een soort simpele hoofdlijn van tijdsverdeling, waar het de helft van de tijd niet over het vak gaat, maar over het zogeheten meesterschap, dus de pedagogische/didactische opleiding van de leraren in wording. Van de tweede helft wordt een helft aan taal en rekenen besteed, 25% van de opleiding. De overige 25% van de opleiding moet aan die dertien andere vakken worden besteed.
Het zijn overigens niet echt allemaal vakken. Er zitten ook educaties bij, zoals cultuureducatie of educatie sociale redzaamheid, wat niet echt een vak is, maar meer een verzameling thema's, waaraan aandacht besteed moet worden", vertelt Diephuis.

De ambtelijk secretaris van de Commissie kennisbasis geeft aan dat de kennisbasis generiek weliswaar is vastgesteld, maar dat formele vaststelling nog moet volgen omdat ze wilden bekijken of er tussen de vakken en educaties nog meer samenhang gebracht zou kunnen worden. "De commissie gaat adviseren om de kennisbases die er liggen, te gaan splitsen in een kerndeel en in een profieldeel. Het kerngedeelte is dan het deel van de kennisbasis die elke student eigenlijk moeten kennen en kunnen.
Daarnaast kunnen studenten zich profileren op een of meerdere vakken. Die profilering", aldus Rob Diephuis, "moet nog nader uitgewerkt worden en in de Commissie lopen de meningen ook behoorlijk over uiteen over hoe je dat zou moeten doen. Maar het idee dat elke student om startbekwaam te worden, in ieder geval van alles een beetje moet weten en zich voor een paar vakken wat meer in de diepte kan profileren, wordt breed ondersteund. Dat geeft naar het curriculum toe een bepaalde structuur. Maar het gaat er dan nog niet over wat er straks in een eventuele masteropleiding, specialisatie, moet worden opgenomen?"

Contact Alliantie Onderwijs en Jeugdzorg

Alliantie Onderwijs en Jeugdzorg



Alliantie Onderwijs en Jeugdzorg
p/a Hogeschool Windesheim
kamer A2.04
Postbus 10090
8000 GB Zwolle

Secretariaat
mevrouw Hanneke de Weerd
Campus 2-6
8017 CA Zwolle
088 4696 099


Secretaris van de Alliantie
Aat Sliedrecht
06 5331 6709